3. Te laat en afwezig

Richtlijnen inzake afwezigheden en te laat komen
3.1.Te laat komen
Te laat komen stoort het klasleven en kan daarom tot sancties leiden. Ouders zien erop toe dat hun kind tijdig vertrekt.
Wie te laat komt en de poort langs de leerlingeningang (Jozef Posenaerstraat of Collegelaan) gesloten vindt, komt binnen langs de hoofdingang (Collegelaan aan het pleintje).

3.2.Vakantiedagen
De dagen waarop de leerlingen vrij zijn (schoolvakanties, vrije dag, studiedag voor de leerkrachten, …) worden bij het begin van het schooljaar meegedeeld.
De directeur mag onder geen beding toestemming geven om vroeger op vakantie te vertrekken of later terug te keren.
De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni, weekends en wettelijke vakantieperiodes uitgezonderd.

3.3.Afwezigheden
Leerlingen die ingeschreven zijn in een school en die leerplichtig zijn, moeten regelmatig aanwezig zijn in de school. Leerlingen die onwettig afwezig zijn, verliezen het statuut van regelmatige leerling. Het verlies van het statuut van regelmatige leerling kan ertoe leiden dat de leerling die in het zesde leerjaar zit geen getuigschrift basisonderwijs krijgt.
De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige kinderen in het gewoon basisonderwijs. Ook leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd zijn overgestapt naar het lager onderwijs vallen onder de reglementering.

3.3.1. Gewettigde afwezigheden
Ziekte.
Is een kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is steeds een medisch attest vereist. Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo.
Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden. Wanneer een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,…) is het goed contact op te nemen met de school en het CLB. Het CLB kan dan een medisch attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer het kind afwezig is voor die aandoening volstaat dan een attest van de ouders. De school zal het CLB contacteren telkens ze twijfels heeft over een medisch attest.
Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig als:

  • het attest zelf de twijfel van de geneesheer aangeeft (bv. wanneer deze schrijft “dixit de patiënt”);
  • het attest geantedateerd is of de begin- of einddatum ogenschijnlijk werden vervalst;
  • het attest een reden vermeldt die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft (bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden, …)

Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van de ouders. Dergelijk briefje of de afwezigheidsfiche waarvan elke leerling er enkele krijgt bij het begin van het schooljaar kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.
De ouders brengen de school zo vlug mogelijk op de hoogte van de afwezigheid van hun kind en ze bezorgen ook het attest zo vlug mogelijk.

Van rechtswege gewettigde afwezigheden. 
Voor de hierna genoemde gewettigde afwezigheden is geen voorafgaand akkoord van de directeur nodig.
De ouders verwittigen de school vooraf van dergelijke afwezigheden. De ouders moeten een document met officieel karakter of een verklaring voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor elke afwezigheid bezorgen de ouders dat document zo vlug mogelijk aan de school.
In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn:

  • Het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het kind;
  • De oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld wanneer het kind in het kader van een echtscheidingsprocedure gehoord wordt door de rechter of wanneer het moet verschijnen voor de jeugdrechtbank);
  • Het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum);
  • De onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,…).

“Familiale redenen” gelden niet als reden voor een gewettigde afwezigheid.

Feestdag inherent aan de levensbeschouwelijke overtuiging
Een kind kan verder ook gewettigd afwezig zijn om een feestdag te beleven die inherent is aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst).
Concreet gaat het over:

  • islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest (telkens 1 dag);
  • joodse feesten: het joods Nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (4 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen), het Wekenfeest (2 dagen);
  • orthodoxe feesten: Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest.

De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. De protestantsevangelische en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken. Bij gewettigde afwezigheid ter beleving van één van de genoemde feestdagen volstaat een schriftelijke verklaring van de ouders, die zo vlug mogelijk aan de school wordt bezorgd.

Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is
Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn. Indien de directeur vooraf akkoord gaat en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn om één van de onderstaande redenen:

  • Het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. (Voor de dag van de begrafenis zelf is geen toestemming van de directeur nodig. Het gaat hier over een periode die het kind eventueel nodig heeft om emotioneel evenwicht terug te vinden (rouwperiode). Mits toestemming van de directeur kan zo ook een begrafenis van een bloed- of aanverwant in het buitenland bijgewoond worden.
  • Het actief deelnemen aan een culturele of sportieve manifestatie, indien het kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen van trainingen komt niet in aanmerking, wel bijv. de deelname aan een kampioenschap/competitie. Het kind kan maximaal 10 halve schooldagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn (hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar).
  • de deelname aan time-out-projecten (code O): begeleiding door een externe gespecialiseerde instantie;
  • in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen. Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend hebben. Het gaat om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet gespreid).
  • afwezigheden wegens topsport voor tennis, zwemmen en gymnastiek. Dit kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week, mits het vooraf indienen van een dossier met de volgende elementen:
    1. een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
    2. een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
    3. een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
    4. een akkoord van de directie.

Deze vijf categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht dat ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze afwezigheden toe te staan.

3.3.2. Regeling voor kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners.
Opmerking : Dit onderdeel is niet van toepassing op kinderen die behoren tot de trekkende bevolking maar die ter plaatse verblijven (bijvoorbeeld in een woonwagenpark): die kinderen moeten elke dag op school aanwezig zijn. Ouders behorend tot de categorie trekkende bevolking die hun kind inschrijven in een school, moeten er –
net als alle andere ouders -op toezien dat hun kind elke dag op school aanwezig is. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen zich situaties voordoen waarbij het onvermijdelijk is dat het kind tijdelijk met de ouders meereist. Deze situaties moeten op voorhand goed met de school besproken worden. De ouders maken samen met de school duidelijke afspraken over hoe het kind in die periode met behulp van de school verder de onderwijstaken zal vervullen (de school zorgt voor een vorm van onderwijs op afstand) en over hoe de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze afspraken moeten in een overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven worden. Enkel als de ouders hun engagementen naleven is het kind gewettigd afwezig.

3.3.3. Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven, zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn (d.w.z. problematische afwezigheden die niet omgezet worden in gewettigde afwezigheden) verliezen hun statuut van regelmatige leerling overeenkomstig van het decreet basisonderwijs. Dit houdt in dat de betrokken leerling in het zesde leerjaar geen getuigschrift basisonderwijs krijgt en dat de school de betrokken leerling niet kan meetellen voor de personeelsformatie en de toelagen.

De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid en deze vanaf de 10de halve dag problematische afwezigheid melden aan het CLB.
School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de ouders en hun kinderen. Dit begeleidingsdossier ligt ter inzage voor de verificateurs.

3.4.De school verlaten tijdens de lesuren
Leerlingen mogen tijdens de schooluren de school niet verlaten tenzij ze een schriftelijke toelating van de ouders kunnen voorleggen aan hun leerkrachten of toezichters. Bij het einde van de les mogen de leerlingen aan de schoolpoort op hun ouders wachten. Omwille van verkeersveiligheid is spelen daar niet toegelaten.
Indien de ouders niet opdagen en er nog een studie of een toezicht volgt, neemt de toezichter de wachtende leerlingen terug mee naar de speelplaats. Daarna worden ze in de avondstudie van hun respectieve klassen ingedeeld.