10.Speelplaats

Op de speelplaats kan o.a. gespeeld worden met basketballen, klei­ne (= gewo­ne, geen meta­len) knik­kers, lichte ballen, tollen, … Balspel gebeurt binnen de lijnen van het voetbal- of het bas­ketbal­veld of tegen de kaatsmuur, zodat andere kinderen niet worden gestoord.

Ballen en ander speelgoed van de luifel halen gebeurt één keer per week door een volwassene. Voor leerlingen is het betreden van de luifel om veiligheidsredenen verboden.

Wanneer de leerlingen vanwege de weersomstandigheden tijdens de speeltijd onder de overdekking moeten blijven, is lopen en spelen niet toegelaten.

In de toiletten wordt niet gespeeld.

Gevaarlijke of gewelddadige spelletjes worden niet toegelaten.

Tijdens de winterperiode kunnen de leerlingen baantje glijden en sneeuwpoppen maken wanneer er een toezichter in de buurt is die deze activiteiten surveilleert. Sneeuwballen gooien is strikt verboden; de verzekering dekt de risico’s daaraan verbonden niet.

Leerlingen verlaten de afgebakende speelplaats niet zonder expli­ciete toelating van een toezichter.